genomineerden

De jury heeft na lange beraadslaging de volgende 10 gedichten genomineerd.

Er zijn nu in totaal 213 stemmen uitgebracht.

Gedicht nummer 34 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 11:27
» Romantiek 2010

Groep acht: Unorthadox zijn toekomst is op orde
Net zoals Negativ, die web-icoon gaat worden
@Silence, daar vooraan, die hoor je bijna niet
Dat komt omdat ze woorden omzet in een tweet
Hoe dichterlijk suïcidaal blogt meisje Poem
Nu zij verlaten is door Don’tdothisathome
...

Genoeg! Juf Ans hunkert naar lethargie, gemakzucht
Een Bic vermorzelen bij elke rode streep

Juf kent de oorzaak van haar chronische gebakzucht
Klikt op escape


Gedicht nummer 46 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 1:49
» z is de laatste letter van het alfabet

ik wil een gedicht schrijven over een zwembad
of over iets anders met de titel zwembad

het heeft met mijn jeugd te maken
maar dat moet er niet in

mijn vader heeft het zelf gegraven
mijn moeder zwom er regelmatig in

nu belt mijn vader twee keer per jaar
de pomp moet erin of de pomp moet eruit

dat kan hij ook wel aan de buren vragen
ik zwem er nooit meer in

pomp erin: zwembad half vol
eruit: alweer half leeg

uit de verte volg ik deze trage getijdenstroom
ik merk niet dat hij ouder wordt, ik word het zelf ook

terwijl mijn krachten afnemen
tilt hij de pomp nog met gemak


Gedicht nummer 51 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 21:06
» KOP VAN JULIUS CAESAR UIT DE RHÔNE OPGEVIST

Eeuwenlang gelegen op één oor
in een rijk van slijk en slib –
marmer-koele onderstroom, vrij
van ambities, exercities:
geen wedren tussen ’t wier.

Waarom dan toch vandaag,
zijn ware ogen boven water,
zich laten vangen, vinden?

Verlangen naar… de zon? Volle
arena’s? Meer geschiedenis?


Gedicht nummer 54 zoals geplaatst op 1 February 2010 om 10:14
» IJs

de koningspaarden zijn over het ijs gegaan
verstonden wij en
bonden zonder aarzelen
de ijzers onder
reden zover onze adem reikte
daarvandaan was het nog flink klunen
en in de handen geblazen

wij wisten niet hoe ver
het ijs nog duurde
staarden verlangend
naar waar wij
de overkant vermoedden
het winterrijk van vorsten

oostvaarders wilden wij zijn
prinsen en
berijders van koningspaarden


Gedicht nummer 62 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 15:46
» Gwydion

ik ben het stof op de ogen van de blindeman
een kind van schelpen in het land van de dôn
ik ben geboren met de hemel aan mijn voeten
duiken naar woorden in de diepte van een stem

te lang ben ik in duister verstreken onwetende
steen in het karrenspoor van de stuiptrekkende
nacht vergeten hoe te kleven aan de versleten
naden van de stad die als een baarmoeder was

hoe vergeef ik mijn vader die geen man is
van deze aarde maar het graf van zijn kind


Gedicht nummer 66 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 16:30
» Kopje loud & clear


Alternatief geklede studente
ogen schitterend van vuur
smijt gigahard haar fluorroze
barrel
'dat ding dat ondanks uiterlijk
nog rijdt'
tegen nieuwste Mountainbike
'type hoogstzelden in gebruik'
van buurman Process Manager
die zo weinig is te vinden
in zijn zeldzaam mooie huis
naast huisjesmelkerij.

In haar stalletje van negen
meter twee
nipt zij neongroene thee
met vele studievrienden
voelt zich megavrij
besluit al met gebalde vuist
dat zij nooit worden zal als zij
die 24/7 werken voor
de allerduurste huizen, dingen
maar waar tijd en rust
ontbreken
daar iets zinnigs mee te doen.

Nee, als zij ooit rijk wordt
vouwt zij übercoole vliegtuigjes
uit poen
en verkoopt die voor een zoen.


Gedicht nummer 73 zoals geplaatst op 5 February 2010 om 23:24
» Zo godverlaten

Heel langzaam merk ik
hoe de droefheid aan me trekt
En haken slaat in ’t zachte vel dat om me zit
Zo godverlaten

En we praten van plaats en tijd
Van eeuwigheid
Ergens achter de straten

Je lief gezicht springt open in de wind
Ik zie je ogen wel die lachen
Om het kind dat ik verberg

Met de deur in je rug
Draai jij je naar het licht
De tijd dat ’t er niet meer toe doet
Rent voor ons uit

Als versteende vruchten
Staan onze voeten
Zo godverlaten


Gedicht nummer 80 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 19:09
» Sporen

Sporen

als onzichtbare honden door mistig landschap sporen trekken
het middaglicht grijsgevuld dus nacht en dag uitwisselbaar
dan is het blijkbaar winter in deze streken waar heuvels geen
bergen, bossen geen wouden, beken sloten, maar rivieren wel
rivieren zijn, met dijken, uitmondend in een echte zee van water

als in dat middaglicht, grijs, gesluierd als een Marokkaanse,
honden jachtig sporen volgen door bossen die geen wouden zijn,
door dalen die geen ravijnen zijn, over beken springen die eigenlijk
sloten zijn, rivieren als rivieren over zwemmen, tussen dijken, in water zoet,
dan wet de man zijn mes om de liefde aan te snijden

als grijze nevel het landschap sluiert, oost en west elkaar
ontmoeten, leeuw met schaap, hond met kat slaapt onder
dezelfde deken waar de liefde wordt genoten, onzichtbaar, on-
navolgbaar als honden in mistig landschap die sporen trekken,
sporen volgen, dan zal het niet kan het niet eeuwig winter zijn


Gedicht nummer 91 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 7:57
» De hazen

De hazen

Vanuit het noorden drijven
wolkenvelden binnen
voorbodes van slecht weer
dat ons nog weken

de temperatuur daalt eerst
onder het vriespunt
daarna
nog verder

strenge strenge vorst teistert
het land
sneeuw bedekt de velden

dan gaan de hazen ervandoor
wat dacht je
dat ze bleven de hazen
als de temperatuur zakt
en sneeuw de velden bedekt

dat is het beste
denken de hazen
maken dat je wegkomt

want met sneeuw en dalende temperatuur
komen de boeren
met hun geweren geweren

maar de hazen
slaan haken
en op de akker
staan de boeren met hun geweren geweren
kijkend over de velden
met open mond
terwijl de lucht in de longen knispert


Gedicht nummer 115 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 18:14
» zonder ochtend

zonder ochtend dagen tijd
lopend tussen park en kade, iets
zouden we doen, laten zien
een bibliotheek of twee
lazen we, we vonden woorden
voor nieuws schilderijen alles
stapels cassettebandjes
alleen jij hoorde meer

’s nachts op zware schoenen door de stad
onze namen in reuzenletters, in de tunnel
op stilstaande treinen, samen
dronken we een iglo van gele, groene kratten
dachten we dat we dansten
keken naar dat ene meisje, allebei
vaste klant bij de dealer van roodkapje
dachten we de wereld opnieuw
de grote wereld, de kleine
ooit zou alles mooier, dacht ik
maar jij legde het af
tegen de dingen