alle gedichten
Hieronder alle ingezonden gedichten.
» De dagelijkse wapenfeiten
Sluip, sluip, sluip
daar komen ze dichterbij.
Ze zijn klaar voor het gevecht.
Knal, beng, boem
De oorlog is bikkelhard,
de verliezen zijn zeer groot.
Snik, traan, huil
Warme armen geven troost,
dat is een overwinning.
Wel, niet, wel
Die avond is het een strijd,
tussen moeten en willen.
Nee, nee, nee
Ze zullen niet opgeven,
toch is de slaap de winnaar.
Daar liggen ze dan rustig,
ogen gesloten,
dromend van een nieuwe dag.
Gedicht nummer 121 zoals geplaatst op 15 February 2010 om 0:59
» Gedoogschrift
Gedoogschrift
Schaars gekwetter in de verte,
Kondigt voorzichtig de lente aan,
De stad ontwaakt en de, mensen,
Vervolgen gedwee hun levensbaan.
En in die vele grauwe hoofden,
Koest’ren zij nog steeds gedachten,
Aan wat het leven ooit beloofde,
En waarvan zij zoveel verwachtten.
Nu zijn er meer jaren vervlogen,
Dan jaren die nog komen gaan,
Zij leerden het lot te gedogen,
in een keurig burgerlijk bestaan.
B.N.A Rousseau.
Gedicht nummer 120 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 22:58
» vergane glorie
van toen we onder moeders paraplu
vlekkerige schatkaarten uitrolden
voor een hemel te bestormen invasie
hoe we vaders prentenboeken aan flarden scheurden
huis en haard verbeurden
een veiligheidsspeld staken
door een wenkbrauw
we verfden onze lippen blauw
en onze ogen hol
riepen anorexia tot kunst uit
sloegen spijkers in onze huid
verklaarden de dood aan
kerk koning keizer admiraal
de reclameslogans van goddevader
johnny rotten tot onze heer
ik bad om een handtekening
Gedicht nummer 119 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 22:22
» Titaantjes
Titaantjes:
-Titaantjes:
Samen legendarisch groots.
Zelfs al worden ze klein neer gezet.
En oersterk als metaal!
-Titaantjes:
Onverwoestbaar.
De hele levende legende lang.
Ook in moderne tijden!
Gedicht nummer 118 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 22:18
» het kleine begin
opstand
soms moet je dromen
om te durven
vrijheid begint
als een staande ovatie
één enkel man
moet de moed hebben
om op te staan
Gedicht nummer 117 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 21:52
» De gelauwerde dichter
De lauweren stuwen hem de bühne op,
achter de lezenaar zoekt hij ten overstaan
van een sprakeloos gehoor zijn leesbril,
vindt die uiteindelijk in de binnenzak van
zijn colbert, brengt hem naar zijn gezicht
en ontdekt op zijn neus een bril, reeds,
zet hem af, de leesbril op en vonkt naar
het kind dat ineens begint te lachen,
leunt enigszins gedoofd voorwaarts,
schraapt de keel en mummelt vanaf
een schurend papier een ode aan zich zelf.
Gedicht nummer 116 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 21:01
» We kunnen opnieuw beginnen, er hoeft niets te worden gezegd.
We kunnen opnieuw beginnen,
Er hoeft niets te worden gezegd,
Laten we herinneringen
Vergeten,
Herinner je weer,
Die tijd?
Laten we alles terugbrengen,
Naar waar het vandaan komt,
De tijd die we hebben,
Gebruiken,
Om erachter te komen,
Waarom we doen zoals
We altijd hebben gedaan,
Het is zolang geleden,
Wil je zeggen,
Jij,
Hoe gaat het?
Zullen we gaan?
Naar de golven, naar de zee?
Er valt niets te zeggen,
Enkel mijn stem,
Tegen de jouwe,
Galmend in de nacht,
Herinner je je
onze herinneringen?
Breng het terug,
Laat het knallen,
Schitteren in de nacht.
Dag na dag,
Pak mijn hand,
We kunnen opnieuw beginnen,
Er hoeft niets te worden gezegd.
Gedicht nummer 115 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 20:14
» zonder ochtend
zonder ochtend dagen tijd
lopend tussen park en kade, iets
zouden we doen, laten zien
een bibliotheek of twee
lazen we, we vonden woorden
voor nieuws schilderijen alles
stapels cassettebandjes
alleen jij hoorde meer
’s nachts op zware schoenen door de stad
onze namen in reuzenletters, in de tunnel
op stilstaande treinen, samen
dronken we een iglo van gele, groene kratten
dachten we dat we dansten
keken naar dat ene meisje, allebei
vaste klant bij de dealer van roodkapje
dachten we de wereld opnieuw
de grote wereld, de kleine
ooit zou alles mooier, dacht ik
maar jij legde het af
tegen de dingen
Gedicht nummer 114 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 15:25
» Een van hen
Ik ben niet anders,
er waren meer
in hetgene wat nu achter ligt.
De jaren voorbijgaand.
Zo gewoon,
uit het verleden
dat stervende bleek.
Ik ben er nog,
opzichzelfstaand,
alleen.
Gedicht nummer 113 zoals geplaatst op 14 February 2010 om 15:11
» Vraag
Als ik je verlaat
hoe ga je mij dan herinneren
Ga je om mij huilen, zoete tranen, al onze liefde in een oogwenk
Ga je lachen, om al mijn nooit afgemaakte plannen, dwaze dromen die je niet kon verdragen
Houd je je mooie lippen stijf, blij dat je toch stiekem de pil nam
We houden elkaar, steeds, terugkerend, of juist soms voor de gek
Je wou een leven gevuld
mij als basis voor jouw eigen ongeluk
In elkaar verliezen, momenten, vlagen, dagen zonder te praten
Hoe kan ik je verlaten
sta ik hier, als een ontstemde viool, verlangend naar je zachte
ik dacht, als ik je verlaat
Dan haalt ze me terug, laat ze me weten
Dat je nu wel kunt leven, met mij, met ons, met het onbesproken
titanenkind wat ooit van ons was
jouw evenbeeld, geslepen uit jou mij
Sprankelend, vuurrood schitterend
Mooiste leven geweest
Als ik je verlaat
haal je ons dan terug?
Gedicht nummer 112 zoals geplaatst op 13 February 2010 om 20:24
» Titaaltje
Ik wil verdwalen in de taal.
Dat willen dichters allemaal.
Ik wil niet weten waar ik ben
en ook niet waar ik heen ga.
Als ik een wiskundige was
dan nam ik geen genoegen
met dubbele betekenissen.
Als architect zou ik niet willen
wonen in gedichten met hun
ongetekende verdiepingen.
Als filosoof wilde ik helderheid
en na alle omwegen toch in
ieder geval een richting.
Maar als dichter wil ik dwalen
in de contouren van de taal,
wil ik doolhoven en kelders,
erkers en geheime gangen,
en trappen die naar nergens
leiden. Ook vind ik het geen
punt als er geen eind
Gedicht nummer 111 zoals geplaatst op 13 February 2010 om 16:19
» Het boek
De film was anders dan het boek
Zij waren niet meteen dat ideale paar
Zijn liefde was aanvankelijk
Bepaald niet exclusief voor haar
En er was achterdocht en naijver
Aldus de schrijver
En na de pauze in de film was er
Hopla
Een gezin
Dat stond er helemaal niet in!
Wat wel klopte: eind goed, al goed
Maar in de tussentijd was het geluk wel regelmatig zoek
Aldus het boek
Was het dat zij in de bioscoop zo intens genoten had
Dat zij zichzelf die avond zo totaal vergat?
Die armen om mijn nek
Die innige kus
Na afloop van de film achter het hokje van de bus
En wat daarna heeft plaatsgehad.....
Of was het dat zij het boek nog niet gelezen had?
Gedicht nummer 110 zoals geplaatst op 13 February 2010 om 15:35
» vaarwel
vroeger liet jij je toch nooit doen,
nu laat jij over je heen lopen.
maar ja dat was toen,
toch blijf ik voor je hopen.
het doet me zoveel pijn,
om jou zo te zien.
het is niet meer fijn.
ik wil jou nog niet kwijt,
ik vecht voor jou,
doe jij dat dan ook.
maar ik heb je toch verloren,
jij bent heen gegaan.
ook al heb je veel gevochten.
je was jezelf al lang niet meer.
vaarwel.
ik zal je missen,
het doet me wel veel pijn.
zie ik je terug snel?
Gedicht nummer 109 zoals geplaatst op 13 February 2010 om 15:22
» opstaan
's Morgens sta ik op,
kijk ik door het raam.
En zie de zon aan de hemel staan.
Dan denk ik aan het goede in mijn hele leven
en lijk ik wel te zweven.
Als ik de zon niet meer zie schijnen
En alleen maar wolken zie.
dan lijk ik wel weg te kwijnen.
Maar toch hoop ik elke dag,
Op te kunnen staan met een lach.
Gedicht nummer 108 zoals geplaatst op 13 February 2010 om 10:26
» Geenszins een held
Hij zweeg
geenszins een held.
Zijn vriend werd afgemaakt
want door liefde geraakt,
aan rammers ten deel gevallen
ze doken op hem, met zijn allen
en hij zweeg
geenszins een held.
Vroeger blokkeerde je de weg
haalde je zowaar je recht
nu is het stil en laat je slaan
we missen een titaan.
Hij zweeg.
De hemel bestormen
je bek open doen
strijdt vlot met de normen
en met het fatsoen.
Vrije mening en het vrije woord
zelfs als je daarmee anderen moordt.
Nieuw fatsoen doodt het oude
hadden we dat maar behouden...
Hij zweeg
geenszins een held.
Gedicht nummer 107 zoals geplaatst op 13 February 2010 om 8:33
» Gras
GROOT is mijn passie
Klein mijn verworvenheid
GROOT is GOD almachtig
Klein mijn geloof
GROOT ben ik
Wanneer ik droom
Sluimertoestand
Klein naast de ander
In het heldere licht
Zie de voegen in de tegels
Een grassprietje
Ook klein
maar wel sterk
Gedicht nummer 106 zoals geplaatst op 12 February 2010 om 11:46
» Aan handen en voeten gebonden
Gehurkt dronk ze gulzig
van het vloeibare regenvocht
dat vliegensvlug langs
haar rode volle lippen
zijn weg naar binnen zocht.
Haar huid was getekend
met tere donkere strepen
die als een spons zijn
ingetrokken en uitgerekt
met jaren die verstreken.
Gehurkt maar gekromd
want haar lichaam was vol pijn
geen ziekte of gebreken
een heel leven in haar hoofd
zo complex als dat kan zijn.
Maar het water is als middel
in diepe gedachten verborgen
gezonde hoop verandert hard
de tijd verdwijnt
van gisteren naar morgen.
En haar handen worden vleugels
haar gelaat wordt rood met geel
haar stem verandert in zingen
en haar hoop, haar innerlijke moed
maakt haar als één volmaakt geheel.
De getinte vrouw die lacht
ze weet, het is nu goed
met verlangen kijkt ze omhoog
naar de helder blauwe hemel
en vliegt haar vrijheid tegemoet.
Gedicht nummer 105 zoals geplaatst op 12 February 2010 om 1:48
» kinderjaren
Dag, na nacht, na dag...
Dwalend door de fluisterende wind
Tere voetjes raken de grond.
Maar nu nauwelijks nog een onbegonnen kind
Dromen komen dichterbij
Beangstigend maar toch ook vrij
Vrij om te leven, vrij om te gaan
Met een harde klap laat de wind je vallen
In een wereld waar sprookjes niet bestaan
Gedicht nummer 104 zoals geplaatst op 11 February 2010 om 15:28
» De Tien Titaantjes
Vond je het mastodontje bij dat kolosje achter het bosje?
Naast die boom van een kereltje?
Zal ik jou eens een herculesje leren?
Volg je neusje tot aan het reusje,
En die beer van een ventje!
In het zogje van het mologje loopt het cycloopje!
Pas op, goliathje gigantje!
Gedicht nummer 103 zoals geplaatst op 11 February 2010 om 13:04
» Jeugd
Jeugd verlaat je
Als bezoekers een kroeg
De jonge ongeschondenen
Nuchter, fris en vroeg
Dan gedurende de avond
Ongemerkt de anderen
Het tijdsverlopen laat het
ongemerkt veranderen
Tot na de laatste ronde
De zatten aan de bar
Weigeren te vertrekken
Weg worden gestuurd
Trachtend om angstvallig
De avond nog te rekken
En klagen bij de barman
Dat het niet langer duurt
Gedicht nummer 102 zoals geplaatst op 10 February 2010 om 22:28
» Kleine Jij Grote Ik
Kleine doe eens rustig
Wees bewuster neem de tijd
Ik ben niet zoals zij
Negen tot 5
Net in pak
Aktetassen op een rij
Nooit een deel van mij
Rebels
Plunderend hangen
Ravottend afbrekend
Ja want vroeger
Ouder en wijs
Ontsnap me kleine ik
Ben wijzer
De tijd wacht niet op mij
Ren mee
En voorbij
Ben allang doorgereisd
Prachtig jij
Negen tot 5
Blijf voor altijd bij mij
Gedicht nummer 101 zoals geplaatst op 10 February 2010 om 15:30
» Titanenstrijd
Jong was ik
en aardig blue,
al zeg ik het zelf.
Jij was te oud,
gerijpt, ervaren,
door de wol geverfd.
Willoos onderging ik
door lust gegrepen
me blindgestaard.
Willens en wetens
jouw liefdesprooi;
geklauwde trofee.
Allengs het besef
van doodgeknuffeld;
mezelf kwijtgeraakt.
Jij liet niet los.
Vermoordde met liefde,
smoorde ’t hart.
Van binnen verscheurd:
In burgeroorlog;
inwendig gekneusd.
Jouw charmeoffensief:
Amoureuze streken
zaaiden weer twijfel.
‘t Leed is geleden.
weg heerlijke pijn.
De strijd is gestreden.
Tita, jij vermetele muze
vergeten doe ik je nooit.
Gegijzeld in mijn hart.
Gedicht nummer 100 zoals geplaatst op 10 February 2010 om 1:09
» Lofgedicht voor de winnaar van de poëziewedstrijd Arnhems Boekenbal 2010
Zie, het klaterend geschal van bewezen handen
Hoor, het daverend gezicht van staande ovatie
Proef, de kracht van ontloken talent
Voel, de warme eenzaamheid van revelatie
Schrijf, uw gedachten laten zich vergulden
Lees, de lyriek van uw schrijverij
Schrap, de dramatiek van trillende handen
Accepteer, de epiek van verliezers en kijverij
Loop, op momenten van gedragen lof
Stavast, het zondagsdichten voorbij
Kniel, bewondering riddert u met bescheidenheid
Sprint, met weloverwogen stappen dichterbij
Straal, nederigheid ondersteunt uw trots
Erken, uw toebedeelde eer
Lofzwaai, dappere achterblijvers voor hun moed
Bedank, de Titanen van de Leer
Gedicht nummer 99 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 22:10
» Verleden, heden, en ?
Uit de grote brij van alles
werdt alles opeens een
- wij vinden het ook vreemd
Grond, met en zonder beestjes
Hemel, niet altijd strakblauw
- oud en saai dus
ZIJ veroorzaakten de stormen
- WIJ niet!
Daar kwam het water...
en toen kwamen wij!
We weten eigenlijk niet
wat er na ons zal komen.
Gedicht nummer 98 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 18:16
» Titaantjes
Niemand weet nog waarom ze
Er waren, die nietsnutten met hun grote verhalen
Schooiers, uitvreters & lamzakken
Créateurs du monde;zij wisten het beter en zouden het anders doen
Ik weet niet wat van ze geworden is
Of er iets van hun ideale wereld terechtkwam
En
Óf wij het beter wisten ! Tegen de stroom
In - zo dachten wij - jakkerend en joelend jegens de destru-
Cteurs du monde : ja jullie !
Schipperen werd schoorvoetend toegeven aan de grijze massa
Een uitverkoop van doldwaze denkers zonder daadkracht
Niemand weet nog het hoe en waarom
Gedicht nummer 97 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 15:13
» Omega
Het is zoals het is geworden,
zoals het altijd was
Kalm water, stille stemmen
Een Lege status van Karkas
Het is zoals het is geworden,
zoals het altijd was
Stenen gezichten, tijdloos water
Vervlogen echo, van stof tot as
Gedicht nummer 96 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 13:47
» De tegelspreuk
De tegelspreuk
Ik ben de reus van deze tijd
geen enkele moeite met kiezen
geen dag ben ik meer kwijt
aan de angst iets te verliezen.
Alles durf ik in het hier en nu
iedereen zal mij serieus nemen
ik ben het grote individu
nooit meer in de problemen.
Was deze tegelspreuk
maar eens te beminnen
dan was het nog eens leuk
een nieuw leven te beginnen.
Gedicht nummer 95 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 13:33
» Het halve werk
Vanmorgen:
Ja, lekker vrij,
zo even tussendoor!
Dus, ik doe wat orden-dingetjes,
zoals die recepten;
ondertussen draai ik wasjes,
ga ik zo aan de strijk
en wil ik mijn kledingkast herinrichten.
Even zien,
wat staat er verder?
Vanmiddag:
Dan geef ik mijn hond zijn brokken,
breng ik mijn boeken terug,
betaal de boete.
O ja, en ik schaf een rookworst aan,
een ambachtelijke, dat spreekt vanzelf.
Geen grootse daden,
maar het is een begin.
Gedicht nummer 94 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 13:17
» Anker
Mama, wat is anker?
Ik heb daar laatst wat van gehoord
Het is een ziekte en als
Je denkt dat je het hebt
Ga je dan soms ook dood?
Gedicht nummer 93 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 10:44
» Puzzel
Stervensveel stukjes.
Maar geen berg te hoog,
geen zee te diep.
Eerst de hoekjes, dan de rand
Altijd weerbarstig, die lucht
met talloze tinten grijs en blauw.
Uren, dagen, maanden, jaren.
Verwoed, het moet in één keer goed.
Ondraaglijk de angst een stukje
kwijt te raken. Zomaar weggewaaid,
mee met de frisse wind.
Dat zal me niet gebeuren
Hoe zou het geweest zijn, denk ik nu.
Ik kijk met een glimlach
naar een puzzel die nooit afkwam,
naar gaten in een grijsblauwe lucht
Gedicht nummer 92 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 10:27
»
wij vraten als maden in het karkas
vertrapten de paden van generaties
en hun waarden tot een moeras waarin
we wegen baanden naar een nieuwe aarde;
ik was een van hen die dwaalden
we spraken in de geest van idealen
het slapen in een kraakpand klare taal
in naam der vrije liefde naamloos paren
een wereld zonder oorlog of gevaren
maar zagen niet de tekens aan de wand
het kaartenhuis brak af
dat was het einde van het feest van dag en nacht
we werden ouder en verbitterden naarmate;
d’een na de ander trouwde, nam een baan
of erger: werd een lichaam van gezag
dat voor de zonden van zijn jeugd zich schaamde
en zich ontpopte als een blinde acrobaat
we zagen niet de kringloop van het zaad
we maakten ons niet kwaad meer in de waan
dat nieuwe daadkracht slechts in drijfzand waadde
geen opzienbarend volk dat zonder kaart
zonder kompas de weg gaat naar het graf
de tijd intussen dodend met wat navelstaren
kom ’t is gedaan ik lees mezelf de hand
zwart water dooft ten slotte elke brand
en in de as vervreten mijn karkas
Gedicht nummer 91 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 9:57
» De hazen
De hazen
Vanuit het noorden drijven
wolkenvelden binnen
voorbodes van slecht weer
dat ons nog weken
de temperatuur daalt eerst
onder het vriespunt
daarna
nog verder
strenge strenge vorst teistert
het land
sneeuw bedekt de velden
dan gaan de hazen ervandoor
wat dacht je
dat ze bleven de hazen
als de temperatuur zakt
en sneeuw de velden bedekt
dat is het beste
denken de hazen
maken dat je wegkomt
want met sneeuw en dalende temperatuur
komen de boeren
met hun geweren geweren
maar de hazen
slaan haken
en op de akker
staan de boeren met hun geweren geweren
kijkend over de velden
met open mond
terwijl de lucht in de longen knispert
Gedicht nummer 90 zoals geplaatst op 9 February 2010 om 0:30
» Hemels Paradijs
Hij had geen meisje
dat zag ze al gauw.
Ze had zich opgemaakt
en droeg uitdagende kleding.
De Engel die de wacht hield
voor het Paradijs
bestond uit een glazen deur.
Die durfde hij te openen
en naar de prijs te vragen.
Plots voelde hij twee grote
vleugels aan zijn rug
waar hij de Hemel mee in vloog.
Hij zou het nooit meer vergeten,
hij was pas zestien.
Eenden en meerkoeten
zwommen in de grachten
van de hoofdstad.
Hij bedankte God
en het meisje
van lichte zeden.
Gedicht nummer 89 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 22:45
» Schilderen
Als ik kon schilderen
schilderde ik donkerblauw
Mijn blaadje bijna dicht
besprenkeld met de kou
Dan lakte ik een laagje
met grote gevoelloosheid
en trok ik smalle strepen
van depressiviteit
Het onderste deel, nog doelloos
wordt somber zwart gemaakt
en slokt mij geheel op
als ik het blad aanraakt
Zonder enkel puntje licht
zak ik in een bodemloze put
Dus vooruit een witte punt
verf, in een hoekje, beschut
Kijk ik eens wat later
op dat schildersblad
Dan valt mij het weer op
Wat een kracht dat licht toch had
Gedicht nummer 88 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 22:31
» In het bos
Al een geringe tijd bevind ik me in een bos, met enkel en alleen bramenstruiken vol dorens en stekels. Hier en daar een open plek zonder die dorens en stekels, om even op adem te komen, de wonden te laten genezen, en even zonder die stekende pijn te kunnen genieten, om vervolgens mijn weg te vervolgen door het pijnlijke bos.
De dorens krassen in mijn huid; ik bloed! Maar met de volgende open plek in zicht verbijt ik de pijn, nog even. Gelukkig weer rust en tijd om te helen en te genieten. Ik kan hier niet blijven, ik moet verder door het bos om te zoeken naar de uitgang.
Soms duurt het zo lang voor ik weer een open plek vind dat ik in paniek raak en vast kom te zitten tussen die takken vol met dorens, ik sla om me heen en worstel, ik bloed alleen maar meer, ik besef me dat ik muurvast zit, ik kan me niet meer bewegen alleen nog maar om hulp schreeuwen!
Ik snak naar een bos met groene bomen, vijvertjes en dieren!
Gedicht nummer 87 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 17:20
» schrijven
Ik weet dat ik kan schrijven
Meedogenloos er in gehamerd
Niet links maar rechts
Als het zwaard van Damocles
Hing de liniaal boven mijn hand
Soms flitsend neerkomend
Op mijn kleine knuistjes
Zes jaar later hing zijn vuist
Boven mijn hoofd
In het dictee van de angst
Fautloos schrijven
Was het nu otje ou of atje au
Onmidelijk daalde zijn knokkels neer
Weer twee d’s en l’s vergeten
Ik weet dat ik nu kan schrijven
Zonder angst of schroom
Slecht een rood streepje
Verraadt de fout
Woorden vloeien uit mijn pc
Zijn onmiddellijk gecorrigeerd
En verzachten de pijn
Gedicht nummer 86 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 15:45
» Mijn Titaantjes
Vaak onbegrepen,
Nog ongeslepen
Overdreven snel,
Complex stel
Zo nieuwsgierig,
Mateloos leergierig
Overgevoelig, toch wel
Lief voor iedereen,
Maar ik doe het wel alleen
Alles beter weten,
Energie vreten
Vastbijten,
Zoveel kwaliteiten
Begaafd, soms in de knel
Gedicht nummer 85 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 14:04
» titaantjes
Al sinds de oudheid in gevecht,
de wereld van titanen.
Verweven met elkaar,
dragen zij hun tranen.
Het doel van god zou doelloosheid zijn.
Een sfeer grijs gekleurd,
het beeld van alle dagen.
Met sigarenrook omhuld,
verdrinken in verhalen.
De avonden zo opgevuld,
het leven van titanen.
Gedicht nummer 84 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 11:41
» IDEALEN
Daar tussen mond en hart
rechts van geweten
en gedachten
op last van schouderophalen
van zien, zag, gezien
van geven, gaf, opgegeven
van hebben, had, gehad
liggen ze links
op schuld te wachten
Gedicht nummer 83 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 2:00
» ARNHEM
WAS IK JONG
IK GROEF EEN HAVEN
MET TWEE HANDEN
EN EEN SCHOP
BOUWDE SLUIZEN
LUCHTKASTELEN
HEEL DE BOEL
DAAR OP Z'N KOP
TWINTIG JAREN
KREEG U ROTZOOI
NEEMT UW LAARZEN
VAN DE PLANK
ZOU 'T AAN MIJ
HEBBEN GELEGEN
GANS DE ONDERSTAD
STOND BLANK
MAAR GODDANK
BEN IK OP JAREN
WEEST DERHALVE
NIET BEVREESD
METERS DIEP
ZAL 'K NIET MEER GRAVEN
'T IS GEDAAN THANS
MET HET BEEST
BETER KUNT U
ZICH NIET WENSEN
ALLE KRACHTEN
OVERBOORD
HOUDT U HEERLIJK
DROGE VOETEN
IN DAT SPAANS
BENAUWDE OORD
Gedicht nummer 82 zoals geplaatst op 8 February 2010 om 0:52
» Volvo
Was ik maar geen God,
dan vloekte ik
bij mijn afgesloten Volvo
met de sleutels er nog in.
Dan vloekte ik:
Godverdomme
Gedicht nummer 81 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 22:46
» Snoeptrommel
Snoeptrommel
Jonge meisjes hebben snoeptrommels
Vol met idealen
Over relatie, toekomst en succes
De wereld aan haar voeten
En zij als centrum van dit proces
Jonge meisjes hebben snoeptrommels
vol dansende dagen
van leven, liefde en onbevangen
voor die ene blik
en zij dan met blozende wangen
Ik ben jaloers op dat meisje
Dat eens in mij ontwaakte
Met die blozende wangen
Haar blik gericht
en zij dan schuchter en vol verlangen
Bij mij komt de bodem in het zicht
Gedicht nummer 80 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 21:09
» Sporen
Sporen
als onzichtbare honden door mistig landschap sporen trekken
het middaglicht grijsgevuld dus nacht en dag uitwisselbaar
dan is het blijkbaar winter in deze streken waar heuvels geen
bergen, bossen geen wouden, beken sloten, maar rivieren wel
rivieren zijn, met dijken, uitmondend in een echte zee van water
als in dat middaglicht, grijs, gesluierd als een Marokkaanse,
honden jachtig sporen volgen door bossen die geen wouden zijn,
door dalen die geen ravijnen zijn, over beken springen die eigenlijk
sloten zijn, rivieren als rivieren over zwemmen, tussen dijken, in water zoet,
dan wet de man zijn mes om de liefde aan te snijden
als grijze nevel het landschap sluiert, oost en west elkaar
ontmoeten, leeuw met schaap, hond met kat slaapt onder
dezelfde deken waar de liefde wordt genoten, onzichtbaar, on-
navolgbaar als honden in mistig landschap die sporen trekken,
sporen volgen, dan zal het niet kan het niet eeuwig winter zijn
Gedicht nummer 79 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 18:42
» Hemelbestormertjes
Poppetjes zijn het, die Arnhemse hemelen bestormen.
De kinderen van onze Ouranos en onze Gaia kennen een menselijke maat.
De Jansbeek, niet Okeanos, is onze eerstgeborene,
die de stad allang niet meer omsluit, ons geen water meer schenkt,
behalve een aquarium als watermuseumvenstertje.
De spil van onze hemel heet Eusebius, niet Koios.
Schimmig omhuld, verbrokkelend, zonder gaven, zonder intellect,
geen schim meer van de trotse toren van weleer.
Onze lichttitaan moeten we met een lichtje zoeken.
Is het Nuon of Essent?
Wie het weet mag het zeggen, maar ik steek liever een kaarsje aan.
Dan onze Krios, akela Pauline, Arnhem's leidsvrouwe.
Gaat zij als dappere ram voorop in de hemelstrijd?
Of toch als mals lammetje op het offerblok van onze politieke speeltuin?
En wie belichaamt onze eindigheid?
Waar is Arnhem’s Iapetos?
De klok tikt –gelukkig- nog door.
Tenslotte onze Kronos, waar is hij gebleven?
Verzwelger van zijn kinderen, maar van de troon gestoten
door zijn jongste nazaat. Dat lijkt mij Vitesse’s Karel,
de gevallen keizer van Hollywood aan de Rijn.
Ach ja, onze hemelbestormertjes.
Een weggestopt stroompje en een laveloze toren,
aangevoerd door een nuffig juffertje en een gevallen voetbalbobo,
met een kaarsje in de hand.
Gelukkig passen ze samen, met kinderlijk gemak
in de stationsbouwput;
onze eigen Tartaros.
Gedicht nummer 78 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 18:36
» Eerste liefde
Geurend in de morgendauw
haar lippen kleurend, rood
in samenspel met hemelblauw
omarmt hij ’t prille bloot
gekruiste wijzers van de tijd
hun jeugd gerijpt en toegewijd
genegenheid als zij zo zacht
zo vol verlegenheid
ontvouwt de jongen zijn geslacht
als zonlicht dalend naar de kim
de branding bruisend breekt
de woorden wentelend in de wind
versmelt het lied der liefde
met de zee in sprankelend violet
het strand een levend lustpalet
parend in het warme zand
doordrenkt zijn milde zaad
het maagdelijke meisjesland
de nacht bedekt hen met zijn deken
de laatste maan die komt en gaat
laat de Morgenster als teken
dat de verlosser voor hen staat
uit zijn violette ogen
straalt het goddelijk mededogen
Gedicht nummer 77 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 17:13
» Water en Vuur
Een terrasje in de ijzervlakte
Onder de toren
Twee overjarige hippies met
wilde mei acht en zestig haren
Stinkende walmen van verboden rook
verlossend uit hun gele vingers glippend
Gore nagels als reclame voor mestbanken
Uit hun monden geen zinnen alleen korte woorden
waarvan ze letters opeten afwisselend met borrelnootjes
En Belgisch bier
Lippen nippend aan een glas
Een glas weerloos overgeleverd aan
gesprongen lippen van gesprongen relaties
Twee overjarige hippies met vergane
mei acht en zestig idealen
Hij eet zijn laatste letters op
Drie nootjes niet
Misschien straks
metgezellen van mijn volgende pint
Ik mag er niet aan denken
Maar nog veel erger is dat glas
weerloos overgeleverd aan
gesprongen lippen van
gesprongen relaties
Dan nog veel liever een
weerloze condoom
De korte pijn
Mocht ik mogen kiezen
Gedicht nummer 76 zoals geplaatst op 7 February 2010 om 11:01
» Paraaf
Paraaf
Toen zij haar paraaf
op het ijs krulde
haar driedubbele
rietberger deed
en viel
schampte ze
de moederschoot
begon het grote glijden
voorbij holoceen
en pleistoceen
tuitte zij haar
interglaciale
lippen
Hein van der Schoot
Gedicht nummer 75 zoals geplaatst op 6 February 2010 om 18:47
» De uitvreter
Omdat ik niet de juiste opleiding koos
ben ik langdurig werkeloos
de arbeid weigert mij te adelen
Een menigeen lijkt het zalig deze zee van tijd
voor hobby en gezelligheid
maar ik zie alleen maar nadelen
In ieders ogen minder dan een hond
kijkt men het eten uit mijn mond
daar zij mij schuldig achten aan mijn falen
zal ik zeer sober moeten leven
en geen cent teveel uitgeven
omdat zij er aan mee betalen
Zwaar uitgeput door iedere nee
verdrink ik hun geld in het café
en voel de afkeurende blikken in mijn rug
meestal verschuil ik mij dan achter een pose
maar soms stel ik mij voor als de werkloze
en betaal iedereen een stuiver terug
Gedicht nummer 74 zoals geplaatst op 6 February 2010 om 9:26
» geschoren
het kapsel van zijn jeugd was strak en streng
de coupe werd kort gehouden
toch won de opstand van een bang bestaan
en maakte wilde haren los
het baarhaar groeide met verzet en actie
snoeide in de wet en regel
de demonstratie van het ideaal kreeg doorgaans
wel een staartje
protestmars tegen oorlog en geweld bracht wijk
op achterstand
de anarchie liet sporen na, het pad naar huis bleek
grondig uitgekotst
in krakerspand is hij genaaid door maat, daar miste
meetlint van het recht
bij opvang werd er geen gebruik geduld, alleen de
botte kant van schaar
tenslotte heeft de bijstand hem beroofd van vuist en
vrijheidsteken
dorst en honger dealden met geweten, ze schoren
alle haren af
Gedicht nummer 73 zoals geplaatst op 6 February 2010 om 1:24
» Zo godverlaten
Heel langzaam merk ik
hoe de droefheid aan me trekt
En haken slaat in ’t zachte vel dat om me zit
Zo godverlaten
En we praten van plaats en tijd
Van eeuwigheid
Ergens achter de straten
Je lief gezicht springt open in de wind
Ik zie je ogen wel die lachen
Om het kind dat ik verberg
Met de deur in je rug
Draai jij je naar het licht
De tijd dat ’t er niet meer toe doet
Rent voor ons uit
Als versteende vruchten
Staan onze voeten
Zo godverlaten
Gedicht nummer 72 zoals geplaatst op 6 February 2010 om 0:31
» Tot in de pruijmentijd.
Daar zaten zij; de dames Pruijm,
de sfeer, o zo geladen.
Met hun handwerkjes onder de duim,
zoals ooit op de barricaden.
Margreet met Moos, de poes, op schoot,
beiden zacht aan het spinnen.
Ooit was zij als Monjé zo rood,
moest de discussies winnen.
Heleen, zong naast het Avé,
d'Internationale als een lijster.
Nu zingt zij nog, in het café,
en dat als ouwe breister.
Agaath, Mad'moiselle Macramé,
van de 'famille' het prinsesje.
Mannen waren jarenlang passé,
zo werd zij een oud besje.
En Truus, och truus, de zuurste Pruijm,
kloste zichzelf van kant.
Vroeger was haar hart nog ruim,
nu heeft zij dat verpand.
Een kamer met drie dames Pruijm,
een urn, een vat vol spijt.
Zij leven zonder roe of pluim,
tot in de pruijmentijd!
Gedicht nummer 71 zoals geplaatst op 5 February 2010 om 22:11
» Nooit meer...
je hebt mij getekend
voor het leven
onmerkbaar mijn huid
binnen gedrongen
van binnen uit
komt de inkt
onmerkbaar naar buiten
ik draai me in witte lakens
tol om mijn eigen as
om wie ik was
en nooit meer
wil zijn.
Gedicht nummer 70 zoals geplaatst op 4 February 2010 om 14:42
» JONG
Wanneer heb jij het laatst gerend langs een fontein?
Omdat je het geluk in elke waterdruppel zag
Je trok je niets meer aan van alle mensen op het plein
Je rende door het water op die hete zomerdag
Je weet het vast niet meer wanneer precies, je was een kind
Je bent volwassen nu, je hebt geen tijd voor dat soort gekheid
Het jongetje verliest, de angst voor gladde tegels wint
Je ziet de ogen hopen dat je keihard op je bek glijdt
Wanneer heb jij je onbevangenheid verloren?
Jij bent niet authentiek meer, leeft het leven van de rest
In maatpak achter een bureau, in één van die kantoren
De vogel is gevlogen. Jij wil ’s avonds naar je nest
Maar jemig man, wees wie je was, gedraag je niet zo stijf
Het kan! Verras jezelf: je bent het rennen niet verleerd
Dus trek een sprintje! Huppel! Dans de longen uit je lijf!
Doe uit dat maatpak! Slaak een kreet!
En word gearresteerd
Gedicht nummer 69 zoals geplaatst op 4 February 2010 om 13:00
» De meesten zijn gek
of leven niet meer
naïef vol verlangen
beneveld op weg
als desponderado's
Bedreigend
Des Duivels
door velen gezien
de muziek stuwde voort
het ritme de snelheid
een achtbaan
de roep der sirenen
nauwelijks weerstaan
alleen
als thuis niet meer is
waanzinnig naar later
ontsnapt
bij toeval
de meesten zijn gek
of leven niet meer
de vaart van het leven
verandert van gang
wat rest
de rust
het verlangen
en een later
naïef
Gedicht nummer 68 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 21:43
» Voor de verandering
Verloren idealen
Daar streef je naar.
Niet passen
Maar veranderen is je doel
Te realistisch om waar te zijn
Blijf stil staan of verdwijn
Alles veranderd om je heen
Niet vandaag
Maar morgen
Gedicht nummer 67 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 18:31
» Pijnlijk
Ze zijn koud
ik wiebel ze op en neer
het helpt niet
ik hoop niet dat de pijn aanhoudt.
Ze zitten in een te kleine omgeving
rode plekjes vormen zich aan de zijkant
pleisters helpen niet
ze voeren een strijd om overleving.
Gelukkig ben ik nu thuis
ze kunnen uit
een zucht van verlichting
mijn teentjes kunnen eindelijk in de bruis.
Gedicht nummer 66 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 18:30
» Kopje loud & clear
Alternatief geklede studente
ogen schitterend van vuur
smijt gigahard haar fluorroze
barrel
'dat ding dat ondanks uiterlijk
nog rijdt'
tegen nieuwste Mountainbike
'type hoogstzelden in gebruik'
van buurman Process Manager
die zo weinig is te vinden
in zijn zeldzaam mooie huis
naast huisjesmelkerij.
In haar stalletje van negen
meter twee
nipt zij neongroene thee
met vele studievrienden
voelt zich megavrij
besluit al met gebalde vuist
dat zij nooit worden zal als zij
die 24/7 werken voor
de allerduurste huizen, dingen
maar waar tijd en rust
ontbreken
daar iets zinnigs mee te doen.
Nee, als zij ooit rijk wordt
vouwt zij übercoole vliegtuigjes
uit poen
en verkoopt die voor een zoen.
Gedicht nummer 65 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 17:56
» Heel
altijd en eeuwig
in mijn zoektocht
naar perfectie
ben ik tastend in het niets
waar ik ben perfectie
perfect zoals ik ben
eeuwig en altijd
al geweest
Gedicht nummer 64 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 17:07
» De kale voetbalreus
Hij stond naast ons in
hetzelfde muurtje op het hobbelige veld
de kale linksbuiten met de grote kop
wachtend op een poeier
gericht op onze kloten
te aardige jongens waren we
na ons beleefd aannemen
dribbelend langs de kalklijn
als om klappen te ontwijken stuitten we op
de echte kerels die ons klem liepen
vele klasses hoger stonden
de groten der aarde in arena’s
fluwelen passes schoten ze op biljartlakens
maar wij als team tezamen
voorzichtig tastend en tikkend
schoten die soms zelfs het doel invlogen
hobbelend over het veld
traag sprekend bij de thee
met een sjekkie in de rust
elke zaterdag kwamen we
een beetje balverliefd rondzwerven
dromend van een buitenland
tot het vriendenteam uiteen viel
en hij zonder zijn positie
hijgend vervullend het eenzame eindspel
zijn eigen laatste minuut uitkoos
op een koude zondagochtend
gevloerd door mij onbekende blessures
werd hij thuis gevonden
Gedicht nummer 63 zoals geplaatst op 3 February 2010 om 13:03
» Vrij
Je oerbrul galmt nog dagelijks in mijn oren
en op mijn huid zie ik jouw klauwen staan
Je macht is over, ik heb jouw verstoten
nu kan ik elke dag vrij door het leven gaan.
Ik flieder fladder overal
en dol wat rond op het lezersbal
ik klim lichtvoetig in `t gordijn
en drink een goed glas rode wijn
Ik ben een klein titaantje.
Gedicht nummer 62 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 17:46
» Gwydion
ik ben het stof op de ogen van de blindeman
een kind van schelpen in het land van de dôn
ik ben geboren met de hemel aan mijn voeten
duiken naar woorden in de diepte van een stem
te lang ben ik in duister verstreken onwetende
steen in het karrenspoor van de stuiptrekkende
nacht vergeten hoe te kleven aan de versleten
naden van de stad die als een baarmoeder was
hoe vergeef ik mijn vader die geen man is
van deze aarde maar het graf van zijn kind
Gedicht nummer 61 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 16:59
» Reglement
De dichtwedstrijd wordt uitgeschreven door de Stichting Arnhems
Boekenbal. Deelname staat open voor iedereen met literair talent
en/of literaire aspiraties. De inzending mag bestaan uit 1 gedicht
per persoon in de Nederlandse taal van maximaal 30 regels.
Het gedicht mag niet eerder gepubliceerd of bekroond zijn.
Inzenden is mogelijk vanaf 1 januari 2010 via het inschrijfformulier
op www.lezersbal.nl De inzendtermijn sluit 15 februari. Er is
een vakjury en een publieksjury.
De vakjury bestaat uit Theo Beneder (eigenaar van boekhandel
Ongerijmd), Marijke Foncke (dichter en docent Schrijversschool van
Kunstbedrijf Arnhem) Peer Wittenbols (dichter en schrijver van proza en
toneelteksten) en Moos Thunnissen (poëzielezer en marketeer bij de Bibliotheek)
De gedichten worden gepubliceerd op www.lezersbal.nl.
Bezoekers van de site kunnen vanaf half februari hun stem
uitbrengen op een van de gedichten. Deze publieksjury bepaalt
welk gedicht de meeste stemmen krijgt.
De schrijver van het winnende gedicht ontvangt de publieksprijs.
De vakjury nomineert twintig gedichten en kiest daaruit het winnende
gedicht. De schrijver hiervan ontvangt de vakjuryprijs. De prijsuitreiking
vindt plaats in LuxorLive tijdens het Lezersbal op zaterdag 6 maart 2010.
De winnaar van de vakjuryprijs ontvangt €200,-, de winnaar van de publieksprijs €100,-.
Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. Deelnemers aan de wedstrijd
behouden te allen tijde de auteursrechten van hun inzending.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de organisatie.
Door inzending van een gedicht gaat
de deelnemer akkoord met
de voorwaarden
van het reglement.
Gedicht nummer 60 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 16:23
» Wak
Hoog in die ijle sneeuwvlaag
Waar de wolken elkaar raken
De zon luchtpost verstuurt
Magere zon
Waterige zon
Schijnt jouw grijns
In mijn ogen
Ik zie je wel
En hoor je ook
Niet sjokken op die wolken
Zo zak je nog in een wak
En kraakt bevroren vriendschap
Op het dunste stukje
Dwars doormidden
Hoog in die ijle sneeuwvlaag
Waar de wolken elkaar raken
Knalt de boodschap van verlangen
Tegen schotsen onmacht
Ik zie je wel
En hoor je ook
Raap jij de echo van het afscheid?
Dan spit ik de zinnen
Vouw de uitroeptekens
Opdat het einde van het begin
Straks
Tijdens de dooi
Niet zo slordig uit zal regenen
Gedicht nummer 59 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 16:07
» Zie mij
Geluk blijft het best bewaard
in een vluchtige afscheidskus.
En terwijl ik het dorp verlaat
zweef ik nog steeds.
Ik zweef over de weiden
koeien kijken verwonderd op.
Rode zon zie mij, rode zon
wat moet de morgen met mij aan.
Ik krijg geen steen op de ander
maar wat geeft het, wat geeft het
mijn ondergang is grandioos.
Gedicht nummer 58 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 15:57
» De meeste zijn gek
of leven niet meer
naïef vol verlangen
beneveld op weg
als despoderado's
Bedreigend
Des Duivels
door velen gezien
de muziek stuwde voort
het ritme de snelheid
een achtbaan
de roep der sirenen
nauwelijks weerstaan
alleen
als thuis niet meer is
waanzinnig naar later
ontsnapt
bij toeval
de meeste zijn gek
of leven niet meer
de vaart van het leven
verandert van gang
wat rest
de rust
het verlangen
en een later
naïef
Gedicht nummer 57 zoals geplaatst op 2 February 2010 om 10:58
» Vanuit het niets
Vanuit het niets
Een ongezaaide kiem
Geruisloos verwekt
Door stilte gevoed
Woorden geboren
Om te delen met velen
Wat diep in het hart
Ontstaat en wil klinken
Wat over de tong
Wil rollen, wil zinken
In de oren van hen
Die de klanken bevoelen
De woorden ontdoen
Van hun bittere schil
Pellen en kraken
Tot de ziel zich ontvouwt
En het hart weet te raken.
Gedicht nummer 56 zoals geplaatst op 1 February 2010 om 16:53
» Figurant
Is het doek al op en staan de acteurs al klaar?
Ik vlij mij in mijn stoel
en laat het programma lopen, kan ik
ondertussen een tukje doen
want het is mijn leven
tenminste, dat mag ik hopen.
Ook al heb ik soms het gevoel
de regie niet meer in handen te hebben
dat de dagen verlopen als een
eindeloze treinreis naar niemandsland
weet ik mij dan wakker of droomdraai ik door?
Misschien is het beter af en toe
mijn stoel te laten staan, de acteurs te ontslaan
en in mijn schoenen te springen
want er zijn toch dingen
die ik beter zelf kan doen.
Gedicht nummer 55 zoals geplaatst op 1 February 2010 om 13:34
» Idee-fixe
Reusachtiger dan groots
Weerzinwekkend en schijndoods
De ruimte
Die het leven geeft
Jij het invult en beleeft
Een keus...
Grootser dan titaans
Cryptisch en utopiaans
De fictie
Die ons bestaan aanduidt
Ik het aanvang en besluit
Een strijd...
Gedicht nummer 54 zoals geplaatst op 1 February 2010 om 12:14
» IJs
de koningspaarden zijn over het ijs gegaan
verstonden wij en
bonden zonder aarzelen
de ijzers onder
reden zover onze adem reikte
daarvandaan was het nog flink klunen
en in de handen geblazen
wij wisten niet hoe ver
het ijs nog duurde
staarden verlangend
naar waar wij
de overkant vermoedden
het winterrijk van vorsten
oostvaarders wilden wij zijn
prinsen en
berijders van koningspaarden
Gedicht nummer 53 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 23:54
» ZOMER 1990
Zomer 1990
vakantie naar Rome
Ik weet het nog zo goed
de stad van pappa’s dromen
In onze kleine auto, de hittegolf was groot
met name in de villes dacht ik, ik ga nu dood
Pap achter het stuur en mamma las de kaart
maar net voorbij Pijlsweerd reden wij al verkeerd
Er kwam stoom van pappa’s hoofd, al stonden alle ramen open
ik zag de druppels één voor één van zijn hoofd aflopen
En was pappa afgekoeld, vond mam weer dat hij snel reedt
dan zong hij cynisch ‘houd je mond’ straks komen we er nooit
Ze schreeuwden veel tegen elkaar, ik keek maar uit het raam
als ik iets vroeg of zei, had ik het opeens gedaan
In mijn mond een ijsbonbon, zo’n snoepje met een halve spreuk
op die van mij stond: haastige spoed…mam zei ‘is zelden goed’
Daarna was het bijna doodstil, die stilte was ook niet fijn
wel prettig voor mijn oren, maar ergens deed het pijn
We reden nog steeds veel te snel, maar reden eindelijk goed
Opeens zei pap ‘ik weet een spel’, waarbij je kijken moet’
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, zei pappa en de kleur is…
Rood! schreeuwde mamma, maar pappa lachte: NEE HOOR MIS!
En ik, ik zag van alles, hoorde een knal, gepiep, gegil
Wat pappa zag weet ik nog steeds niet
vanaf toen was pappa stil
Zomer 1990
vakantie naar Rome
Ik weet het nog zo goed
de stad van pappa’s dromen
Gedicht nummer 52 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 23:51
» vraag
beste redactie,
ik heb een vraag, maar ik kon nergens de contact gegevens vinden. Het kan aan mij liggen, misschien zie ik ze over het hoofd. Ik vroeg me af wat u verstaat onder gepubliceerd en bekroond. Vallen internetpublicaties (online magazines ed) en bekroningen daar ook onder? Of geldt het alleen voor papieren publicaties?
bij voorbaat dank,
umeu bartelds
Gedicht nummer 51 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 23:06
» KOP VAN JULIUS CAESAR UIT DE RHÔNE OPGEVIST
Eeuwenlang gelegen op één oor
in een rijk van slijk en slib –
marmer-koele onderstroom, vrij
van ambities, exercities:
geen wedren tussen ’t wier.
Waarom dan toch vandaag,
zijn ware ogen boven water,
zich laten vangen, vinden?
Verlangen naar… de zon? Volle
arena’s? Meer geschiedenis?
Gedicht nummer 50 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 21:47
» Bisonbaai
De rivier, golvend op het koele strand
dichtbij, verweg wapperende vluchten
gakkende ganzen hemelsblauwe
koepels van licht doorschijnend glas
spiegelenden zonnen in de baai
wolken gevat in parelmoer, zilveren
gouden doodsbleke takken hout
geuren van de zee en brak water
dit is jouw leven, kleine zwarte bizon
jouw land een prairie, wilde
galopperende paarden stuivend
hoge wuivende pluimen als trotse tooi
droom dit landschap vannacht, kleine stier
je donkere vacht krullend zacht
onder een zilveren sterrenhemel
met zwartfluwelen oogopslag.
Simoon Boon
Geschreven in Oortjeshekken februari 2008
Gedicht nummer 49 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 18:42
» Tweespalt.
Ik staar naar de klok
voel me leeg.
Treinen komen, treinen gaan
ik staar leeg.
Mijn hart klopt je naam.
Het is koud
en ik schaam me.
Gedicht nummer 48 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 16:07
» Priemende nacht
Priemende nacht
---------------------
Schrale struiken happen naar vocht
iets lager in de zoutpannen
verdelen elegant flamingo's de roze buit
mijn tepels breken in deze tropische hitte
een huishagedis houdt onbeweeglijk
de tweestrijd in de gaten
zwarte geluiden ritselen rond een zwetende
huid
stamel flarden van foto's
ooit samen
de pinkende lamp verstart
Gedicht nummer 47 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 14:59
» Winterdepressie
Mijn leven is zwaar;
de tijden veranderen
en ik maak ze mee,
mijn lasten dragend
als sneeuw op de takken
en de wind door mijn bast.
Ja, ik heb wel te klagen
wanneer vogels mijn hoofd bevuilen
en verliefde paren
hun namen vereren
door in mijn lichaam te kerven.
De mens duldt maar weinig,
haalt mij neer bij zonverlies
of als haardvulling in koudere tijden.
Ik heet somber te zijn
omdat ik mijn kop laat hangen,
maar mijn leven is zwaar
en drukt op mijn hoofd
net als de sneeuw op mijn takken.
Gedicht nummer 46 zoals geplaatst op 31 January 2010 om 3:49
» z is de laatste letter van het alfabet
ik wil een gedicht schrijven over een zwembad
of over iets anders met de titel zwembad
het heeft met mijn jeugd te maken
maar dat moet er niet in
mijn vader heeft het zelf gegraven
mijn moeder zwom er regelmatig in
nu belt mijn vader twee keer per jaar
de pomp moet erin of de pomp moet eruit
dat kan hij ook wel aan de buren vragen
ik zwem er nooit meer in
pomp erin: zwembad half vol
eruit: alweer half leeg
uit de verte volg ik deze trage getijdenstroom
ik merk niet dat hij ouder wordt, ik word het zelf ook
terwijl mijn krachten afnemen
tilt hij de pomp nog met gemak
Gedicht nummer 45 zoals geplaatst op 30 January 2010 om 23:34
» Nog even
Nog even
Gekust gestreeld omarmt
speelbal in de golven
van gaan en komen in onstuimig water
dromertje
speel maar, nog even
Groeien van meisje tot vrouw
nu nog niet, liever
zand in je haar, zout in je mond
chaootje
blijf maar, nog even
Goed gelukje dat verwondering heet
geeft samen met jezelf, genoeg
zachte zelfbedachte liedjes
kluizenaartje
stil maar, nog even
Laat ik een traan om jou
Lach jij me weg
Intens genieten dat ben jij
Lief licht hartje
blijf nog even, heel m’n leven
Gedicht nummer 44 zoals geplaatst op 30 January 2010 om 18:15
» Buitenpretje
Buitenpretje
Hier is het terug, het buikgevoel
de duizeling en dreiging van gevaar
maar net niet vallen.
Hier is het terug, de kinderlijke kreet,
de lach van oor tot oor,
het openvallen van de mond,
Opnieuw is daar de reuzenhand
die ons opgooit en weer vangt.
We gie- hi hi hihihi hihi hihi
Hi hi hiiiiiii
Hou op! Ik doe het in mijn
Hii híííí
Gedicht nummer 43 zoals geplaatst op 30 January 2010 om 13:23
» tot besluit
als ik vervolgens toch mag kiezen
serveer mij dan een luisterend oor
en een doekje voor het bloeden
tien vingernagels om af te bijten
liever niet gedoopt in zand
zout wrijft beter in open wonden
ik wens geen schrijn om mee te nemen
flambeer mijn laatste woorden
Gedicht nummer 42 zoals geplaatst op 30 January 2010 om 11:21
» de tijd
De tijd loopt snel en lacht
kijkt blij en recht vooruit
praat in zichzelf
knikt
blijft staan
denkt na
kijkt achterom en wacht
hij peinst en trekt zijn plan
gaat verder
aarzelend en met zichzelf overleggend
en in een flits versnelt zijn pas
beslist besluit genomen
ik kijk vanuit mijn bovenraam
de tijd gaat over mij
en mij voorbij
Gedicht nummer 41 zoals geplaatst op 30 January 2010 om 1:15
» Het spijt me.
Omdat ik de p zag.
Als ik ze niet had gezien had ik ze
waarschijnlijk
ook niet ingedrukt.
Als ik geweten had dat dat niet bepaald
je lievelingsletter was dan
had ik heb niet gebruikt.
Het spijt me,
als ik geweten had
dat ik het voor jou deed
had ik dit gedicht in p-taal
geschreven.
Gedicht nummer 40 zoals geplaatst op 30 January 2010 om 0:31
» Verloren
Wij zijn elkaar verloren,
in onszelf
dromen die
in de dagelijkse ritmiek
met ons meevoeren
als verwerpelijke optiek
we zijn onszelf verloren,
in alle onwerkelijkheden
verbonden aan
het 'zijn'
het menselijk bestaan
...
Ik kus je niet alleen
we vergeten
We drijven langzaam
wedijveren zachtjes
maar gedreven door afkeer
weg in onze eigen atmosfeer
Gedicht nummer 39 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 17:42
» Geen berg te hoog
De flanken van de bergen
die je opwerpt
lijken nooit te hoog,
de lucht nooit te ijl,
voor mijn ambitieus bedachte
tocht naar het binnenste van
jouw moederaarde
zo groots als mijn plannen
zijn de inspanningen
echter niet, nauwelijks terug te
vinden in mijn daden
lijkt je aanwezigheid mij
te bevriezen
al was ik verloren gewaand
op een gletsjer aan de noordzijde
toch weet ik mij een held,
nee niet op sokken,
maar een reus, een strijder
op een wit paard
met de wind in de haren
waaien mijn gedachten
door jouw wereld
en bestorm ik jouw hemelen
Gedicht nummer 38 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 16:49
» Mijn hart
Open stond het voor iedereen,
open staat het voor iedereen,
Alle vragen welkom, ik doe mijn best
Lach, denk problemen, maar ook leike voorvallen
dat kost energie die IK zelf opwek
'ik'....neen heb ik gemerkt anno 2003.
Mijn hart mijn trouwe dienaar,
Al een wonder pompt het zuurstof rond,
laat mij leven, laat mij lachen, laat mij janken.
..en ik maar afnemen als van een superdiscount
die van alles verkoopt.
Op de hartechomachien in het ziekenhuis
zie ik en de artsen 'achtertallig onderhoud'!
En via nog maar onderzoekjes wordt het geheel in kaart gebracht.
Een reparatie is nodig.
Ik voel me gesteund : verpleegkundigen, dokters en cardiologen. Niet in de laatste plaats krijg ik aandacht waar ik warm van wordt!
Gedicht nummer 37 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 14:17
» Titanide
Ik dacht sterk te kunnen zijn.
Een rots in de branding voor hen die eenzaam achterbleven.
Verweest en bang om alleen verder te leven.
Maar ik ben niet één van de zes titaniden.
Niet in staat om de hemel te bestormen.
Niet door de goden gecreëerd.
Toch door hun toorn werd een stuk van mijn ziel gecremeerd.
Er is voor alles een god.
En ik heb me tot elk van hun gericht.
De god van het duister, god van gerechtigheid
God van de aarde en god van het licht.
Maar het heeft niet mogen baten
Gebeden, geëerd, geofferd en gesmeekt
Mama heeft ons toch moeten verlaten.
En nu vertik ik het om met “Hen” nog ooit te praten.
Gedicht nummer 36 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 14:16
» Daarom.
Daarom was geen reden
en die trap bracht naar beneden
mijn vragen laag
de nood te hoog
SluimerdeSluimerdeSluimer
de trede scheurt mijn schedel traag
Daar vloeit het gloei
met hoop omlaag
Wellicht ligt licht licht aldaar!
en vliegt de vaart alras
naar Waarom
ik hier al eerder was.
Gedicht nummer 35 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 13:56
» naamloos
hoe het voelt
na de nacht
het raam gesloten
de uitademing
en dan de koude vloer
het slaperige gezicht
en dan het raam op een kier
de blikken van de buren
niet langer bezwaarlijk
maar diep in te ademen
en de zondagochtend
in me op te nemen
ontdoet me nu ook van schaamte
Gedicht nummer 34 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 13:27
» Romantiek 2010
Groep acht: Unorthadox zijn toekomst is op orde
Net zoals Negativ, die web-icoon gaat worden
@Silence, daar vooraan, die hoor je bijna niet
Dat komt omdat ze woorden omzet in een tweet
Hoe dichterlijk suïcidaal blogt meisje Poem
Nu zij verlaten is door Don’tdothisathome
...
Genoeg! Juf Ans hunkert naar lethargie, gemakzucht
Een Bic vermorzelen bij elke rode streep
Juf kent de oorzaak van haar chronische gebakzucht
Klikt op escape
Gedicht nummer 33 zoals geplaatst op 29 January 2010 om 12:31
» De wereld
Ik kijk ernaar
vol verbazing
soms vol verwondering
Ik kijk ernaar
en zie mijzelf
in een wereld
vol tweestrijd
Ik kijk ernaar
mijn ogen zien
in mijn innerlijk
zien ze ook het uiterlijk
Ik kijk ernaar
fundament en ideaal
essentieel van belang
Ik kijk ernaar
en voel de onrust
de onrust
als een onzichtbaar net
Gedicht nummer 32 zoals geplaatst op 28 January 2010 om 20:42
» De ijzeren tijdswet
Er wordt gezegd dat je spijt zult krijgen
Alle momenten in je leven die je bijbleven
Waren die niet juist zo bijzonder
Vanwege de suggestie, de mogelijkheid
Om nooit meer te verschijnen in de vergetelheid?
Of was het iets anders
De kans op geluk dat je bekoorde
Het strelen met je vingers langs de messcherpe pin
Op dat punt dat je nooit meer zult bereiken
Juist toen begon jij te twijfelen
Nee
Het is er niet meer
Ook aan teruggaan komt een einde
Hoe verder je afdrijft, hoe meer je overschaduwd wordt
Totdat er niets anders overblijft
Niets anders dan het verleden van gemiste mogelijkheden
Gedicht nummer 31 zoals geplaatst op 28 January 2010 om 18:40
» Stervenskunst
in de diepte duikt ze vrij
met hart en ziel
en allerlei kleuren pronken prachtig
aan de regenboog voorbij
in de diepte duikt ze weer
vol vertrouwen
en in het meer zingt ze, allemachtig!
voor de allerlaatste keer
haar stem, door kinderen gedragen
wordt na jaren nog gehoord
de rimpelingen van haar leven
reizen eeuwigdurend voort
Gedicht nummer 30 zoals geplaatst op 28 January 2010 om 17:27
» De wereldverbeteraar
Hij liet zich beïnvloeden
door Hölderlin, Rochefoucauld en Goethe
zijn denken was groot.
En zo voelde hij zichzelf ook.
Hij was een idealist
sprak over ethiek, milieu en sociale zekerheid
hij wist er iets van.
En dat besefte hij zich goed.
Toen hij met pensioen ging, las hij elke dag
een boek, een literair tijdschrift of een opiniepagina
ondanks hij oud werd
was hij goed op de hoogte
Maar toen hij onder de grond lag
liepen mensen zijn zerk voorbij
en bleven stilstaan bij
een anonieme nietsnut
Gedicht nummer 29 zoals geplaatst op 28 January 2010 om 14:47
» Gaan
Wachten
Haar knie trilt tegen de versnellingspook
Zoekt richting om energie te kwijten
Haar vinger loopt over de wegenkaart
De volgende gril is nog niet gevonden
Haar brandpunt staat op scherp gericht
En mist het doel dat bedekt verschuift
Om te weten
te komen
waar
ze zou
moeten gaan
Zou ze moeten gaan
Stilstaan is het recht kwijt
De juiste afstand te bezitten
Ze draait de sleutel om
En start
Gedicht nummer 28 zoals geplaatst op 28 January 2010 om 13:51
» Anders weg gewoon
hahaha
compleet geschift
weggestopt in een gesticht.
Als anders anders is en gewoon gewoon gewoon
Moet gewoon zich dan niet gewoon gewonnen geven aan het anders.
En als het anders overwint en gewoon opeens anders is,
Is anders dan gewoon?
Kun je gewoonweg anders zijn door gewoon te blijven?
Maar
Als mijn ideaal is anders zijn,
Zou mijn ideaal dan niet moeten zijn mijn ideaal nooit te delen.
Want als mijn ideaal ons ideaal is,
Dan ben ik anders zoals zo velen.
Dus gil ik.
Ik gil als zij stil zijn, ik zwijg als zij vragen.
Ik lach om hun onnozelheid.
Ik val.
En als ik me laat vangen
sluiten zij mij op in hun onwetendheid
en doen zo de deur op slot, een opening naar mijn vrijheid.
hahaha
compleet geschift
weggestopt in een gesticht.
De werkelijkheid is de illusie.
De waarheid is de waarheid maar.
Doordat zij mij wegstoppen is mijn ideaal bereikt.
Dus wat is echt en wat is waar.
De wereld wordt opgeslokt in saaiheid
In een overwinnende middelmatigheid.
Maar ik? Ik ben liever raar.
Gedicht nummer 27 zoals geplaatst op 28 January 2010 om 1:42
» vaarwel mijn liefde
Daar zat ik dan weer alleen
terwijl buiten de zon fel scheen
het moest ooit gebeuren
jou onder de zon laten treuren
Jou verlaten brak mijn hart
hoe je fluisterde o zo zacht
huilde met mijn ziel en ogen
ben bang dat de tranen nooit drogen
je verschijnt overal waar ik ga
wil jou zo graag achterna
maar nu ben je gelukkig met haar
als ik eraan denk wordt m'n hart zo zwaar
ik wil je niet meer missen
wil je uit m'n geheugen wissen
dus zeg ik vaarwel aan jou
en laat ik jou met uw vrouw
Hier ben ik dan weer alleen
wou dat de zon vandaag scheen
het regende pijpenstelen
leven kan mij niet meer schelen
Vaarwel Vaarwel Vaarwel
Gedicht nummer 26 zoals geplaatst op 27 January 2010 om 18:42
» Utopia
Geïrriteerd kijkt zijn vrouw naar hem
Omdat hij pulkt uit zijn neus
Terwijl hij peinst over het paradijs
Gedicht nummer 25 zoals geplaatst op 27 January 2010 om 18:33
» Horizon
je hier zijn overspoelt me
als water aan mijn lippen
de vloedgolf van je warmte
zo vaak bezeilde klippen
de ruimte van het sop
de adem van mijn golven
van regen en van drop
mijn driften weer bedolven
en sijpelt het dan binnen
als ik de horizon verken
verzet ik dan je zinnen
als ik mezelf herken
Gedicht nummer 24 zoals geplaatst op 27 January 2010 om 18:00
» uithalen
slinger je dan woorden
op papier of kras je strepen
in het ijs
of zucht je rooksignalen
wikkel je dan vel
af in flessen en gooi je woorden
in de zee
of laat je wensen drijven
stempel je dan kreten
in inkt of klets je praat
in trage uithalen
of maak je alles erger
als afstand je omringt
met stilte ruimte overbrugt
hoor je dan het roepen
Gedicht nummer 23 zoals geplaatst op 27 January 2010 om 17:34
» veeg
hemel
veeg het vuur van onze lippen
ontwar de haren
haal je handen door de lakens aan de lijnen voor onze ogen
blaas eenvoudig
verander in groen hemel
-salamander van saffraan-
verder van hier
achter jou
is een aarde als onze aarde
en jij
beweeglijke spiegel
veeg
het vuur van onze lippen
Gedicht nummer 22 zoals geplaatst op 27 January 2010 om 1:45
» Titaantjes
Breed bombast was het verhalen
Ontwapenend nobel de idealen
Waarvan geen enkel zal bepalen
Schaamteloos bleek verschralen
Door een nieuwetijds vertalen
Rivieren verwerden tot kanalen
Socialisten verstarde liberalen
Spaarvarkens aandelenkapitalen
Wereldwinkels bankfilialen
En mueslirepen ovenschalen
Trof men hen in bierlokalen
Waar zij show en blikken stalen
Zie je hen nu chinees afhalen
Met gouden creditcard betalen
Jou vluchtig op een groet onthalen
Trok hun mening volle zalen
Nu zijn ze meer in afbetalen
Digitale beeldsignalen
Blikken vol met bakzeil halen
Van hun beste vrienden balen
Zie hen jagen langs hectometerpalen
Niet langer om volmaaktheid malen
Zo maakten ooit verfoeide materialen
Veel idealisten tot blinde trivialen
Zonder vervoering noch annalen
Gedicht nummer 21 zoals geplaatst op 26 January 2010 om 23:58
» assemblage
het ene na het andere
vel papier dat door zijn handen gaat
is van onschatbare waarde
elke dag zit hij hier naast Jonas
op deze plaats kaarsen in te pakken
knijpers op kartonnetjes vast te klemmen
of zoals vanaf maandag
fotolijstjes in elkaar te zetten
hij legt het vel kringlooppapier
en het passe-partout met precisie op zijn plaats
Jonas knijpt voor hem de klemmetjes om het glas
aan het einde van de werkdag
is de stapel onder hun handen gegroeid
Jonas maakt er zesenveertig en hij één
bij thuiskomst steekt hij drie vingers op
‘een fotolijsie in elkaar zetten, zóveel!’
55 is oud voor een mongool
Gedicht nummer 20 zoals geplaatst op 26 January 2010 om 23:00
» Titaantje
Je droomt jezelf tot revelatie van het jaar.
Met muziek en vaandels moet het volk jou roemen
en de koning eert jou als een overwinnaar.
Tja, wie durft zich heden nog titaantje noemen?
Dan liever gouden spits en wereldwijd beroemd;
met wat dribbels rijf je de fortuinen binnen.
Je wordt op glamfoto's van kop tot teen gezoend:
duizenden supporters die je lijf beminnen!
Stalkers. Fans die gillend op een sport- of dorpsplein
de scalp en plunje van je rukken. Zo bloot staan
in de roddelpers. Laat mij maar titaantje zijn:
vrij door straten gaan. Met nog al mijn kleren aan.
Gedicht nummer 19 zoals geplaatst op 26 January 2010 om 14:48
» Een ladder naar de hemel
en dan vraagt iemand of het heeft gesmaakt
je slaakt een kreet voorbij het nagerecht
en hoort de zee in je
kreeftjes gaan rechtdoor als,
als een zee ga je rechtdoor,
linksaf bij de derde oceaan,
aanspoelen, en dan nog een keer vragen
wat ga je vragen als je er bent?
achter de duinen bestaat er een lade,
moet er,
tussen de diagonale bomen,
een trede zijn naar beneden,
niet nemen niet
moeten overgeven daar
zijn we al, laat maar los, we
we zweven dit eerste gedeelte wel samen
als je geen raam meer kan zien
ben ik weg, dan ben je er
bij-na
bijna ben je er, ik ben weg
koolzuur is schaars, wortels zijn
alleen op de wereld
nu mag je vragen wat je wil
Gedicht nummer 18 zoals geplaatst op 26 January 2010 om 14:18
» Enakskind
Ze jaagt alle dagen
met beide armen wijd
en vangt bijna achteloos
meerdere levens verspreid
waar nachten woest spelen
met een zoekende zesde duivel
is haar gezichtje nochtans zacht
bijzonder wanneer zij lacht
soms aait zij haar hond
maar onverlicht verlaten
geeft zij weer gehoor
aan nog een laatste geest
Gedicht nummer 17 zoals geplaatst op 26 January 2010 om 1:27
» VRIJHEID
VERLANGEND NAAR HAAR LOTSBESTEMMING
GERAAKT DOOR OORDEEL EN VERWIJT
ZIJ WILDE SLECHTS DE MENSHEID REDDEN
MAAR KON HAAR EIGENHEID NIET KWIJT
EEN VADER ZONDER ZORGBEHOEFTE
EEN MOEDER DIE HAAR NIET ZAG STAAN
ZE KREEG GEEN RUST, GEEN TIJD, GEEN RUIMTE
GEEN AANDACHT, GEEN RECHT OP BESTAAN
ZIJ WAS EEN VROUW VAN VUUR EN PASSIE
MAAR WIST NIET HOE TE ZIJN IN KRACHT
IN PLAATS VAN ZINGEN, DANSEN, SCHRIJVEN
DEED ZIJ SLECHTS WAT ER WERD VERWACHT
EEN BAAN, EEN HUIS, EEN DOODSAAI LEVEN
ZOALS DE MENSEN OM HAAR HEEN
HET MEISJE EENS ZO VOL IDEEËN
WAS ECHT VERVEELD, VERSUFT, ALLEEN
VOL AFSCHUW KEEK ZIJ IN DE SPIEGEL
NAAR WIE ZIJ NU GEWORDEN WAS
DUS ZOCHT ZIJ NAAR HAAR ZIELSVERLANGEN
EN NAM HAAR HART ALS HAAR KOMPAS
ONTDEED ZICH NU VAN AL HAAR MASKERS
HAAR LIJDEN EN HAAR DIEPSTE PIJN
OM VOOR EEUWIG TE BESLUITEN
ENKEL NOG OPRECHT TE ZIJN
VERKOCHT HAAR HUIS, HAAR BED, HAAR KLEREN
EN VOELDE ZICH VERVULD EN GOED
ONTKETEND UIT DE MISCONCEPTIE
GING ZIJ HAAR VRIJHEID TEGEMOET
Gedicht nummer 16 zoals geplaatst op 25 January 2010 om 21:20
» De laatste der Titaantjes
Hij is de laatste van zijn soort
Heeft u het al gehoord?
Van al die titaantjes van weleer,
is er nog maar eentje meer.
Wat waren ze sterk en wat waren ze groot.
Maar alle titaantjes zijn nu dood.
Het komt allemaal door die griep.
Toen werden ze allemaal ziek.
De één na de ander viel neer.
Op het laatst waren er nog maar twee meer.
Sinds de één na laatste verdronken is in’t veen.
Is het laatste titaantje treurig en alleen.
Ze waren nog maar pas gehuwd.
Niemand weet waarom hij haar heeft geduwd.
Hij woont daar nu alleen in een kale grot.
En iedereen drijft met hem de spot.
Daar laat hij nu al zijn traantjes.
Want hij is de laatste van alle titaantjes….
Gedicht nummer 15 zoals geplaatst op 25 January 2010 om 21:12
» Idealen
Als Bril te schrijven, scherpe losse pen
en nooit met groen jaloerse ogen beziend
wat buurman rijdt of denkt, laat staan verdient.
Een zelfstandig, eigenzinnig mens ben
'k, individu pur sang. Gevierd
als denker, schrijver, politiek begaafd.
Menig mening, denkbeeld aan mij gestaafd.
Het land aan mijn leiband eensluidend bestierd.
Hoe bitter volwassen ontwaken in
een uitgebluste vergadercultuur die slaap
opwekt en dromen doodt. Gelijk de lust
verdwijnt nog zelf te denken. Onbewust
gedreven van ideaal, want welke knaap
zou beleidsadviseur worden in't begin?
Gedicht nummer 14 zoals geplaatst op 25 January 2010 om 11:06
» Voor wie onthoudt te weten
Eer -, eer -, eergisteren was het.
Zoiets, maar eerder nog.
Bij ieder gesprek
ging een nieuwe la open.
Wij vierden tijdverdrijf.
Liepen nachtlang, als liepen we
een bericht aan de steenwoestijnen.
De stad als jas waarin wij
luizig liepen,
- de vinger Gods zit in een luis -
heilig sliepen,
ons verlangen lieten drijven
als knobbelzwanen in de mist.
Een laag vernis over dagen zonder zon,
of zonder schijn,
maakt het leven mooi. Hield jij me voor.
Tijd ging langzaam,
maar was gauw om,
met lief, met spel, met
niet en wel.
Verblind, verdwaasd en
kreupel, op het laatst
is schaamte wat ons bindt.
De zwanendoder vindt de zwaan
en doet wat moet.
Zo is het hoe het ging.
Geen hand voor
Herr Goering.
Vaag is het weten.
Weggestopt en schimmelzacht
requiem voor een ambacht.
Gedicht nummer 13 zoals geplaatst op 24 January 2010 om 15:51
» puur ijs
Het is altijd zo geweest
De zonden van onze vaderen
De ruggen van de moeders
Wat hebben we uiteindelijk geleerd wat we niet wisten
Dualiteiten
Huizen in mij, maken mij woest
aantrekkelijk als ik maar doe
alsof- ik er in echt in geloof-
Soms lijkt het wel een spel
De vele kanten van weerspiegelend
glas- zoveel zelven- overal mij
Versplinterd in vergetelheid
Was ik maar groots, een God
ontdeed de walging zich van mij
Verslond ik puur ijs- was ik voor even-
Een monoloog
Andjena Prins
Gedicht nummer 12 zoals geplaatst op 23 January 2010 om 15:16
» Wist ik het maar
Ik strijk met zachte halen
zwarte verf over mijn verleden
waar ik gelijk de zee
zo gedwee was in handelen en verhalen
De tijd leert weer
dat mijn eigen inzien en ik
beladen door kleine idiote gedachten
verradend de dagen deelden
Ik strijk met harde kwasten
de weg vooruit
zaai wat woeste golven, licht
onmacht en lasten over me heen
Verbleek niet meer bij het aanzien van
maar verblijf geduldig wachtend
in alles wat ooit verdween
Ik strijk langzaam
over mijn leven heen
bewonder wie ik ben, versta de dagen
en verlang steeds meer naar de lach
waarom ik verscheen
Gedicht nummer 11 zoals geplaatst op 22 January 2010 om 23:49
» Titaantjes Voor eeuwig
Goden
Gevecht voor macht
Verdoemd
Voor altijd
Weg
Van de wereld
Gevangen
In de onderwereld
Opnieuw
In leven gebracht
Opnieuw
Bekend onder mensen
Nieuwe
Vormen voor de titanen
Nieuwe
Namen voor de titanen
Gedicht nummer 10 zoals geplaatst op 22 January 2010 om 22:55
» Kringgesprek in Klarendal
Kringgesprek in Klarendal
(gedicht in het Arnhems)
Eeeeh juf
ik wou vertellen
over wat ik gister dee.
Ik was met Sjonnie
op de fiets
wie of het hertste ree.
En toen ineens,
die leipe Sjon,
hij miek een boog,
vet snel!
Hij kon zn brik nie houwe
maar ik gelukkig wel.
Sjon, die gek,
zóó die ging schuin
en toen , boem!
op zijn gebit.
Daarna mos ik naar voetbal
omdat ik daaronder zit.
Gedicht nummer 9 zoals geplaatst op 15 January 2010 om 15:25
» Paal en perk
lichtzinnig lentelicht schijnt ondoordacht
door de ochtendnevel over het ontluikend land
de gesmolten sneeuwman schiep een lege stek
een prille plek voor jou, voor mij om te betreden
speels springen jij en ik over de heggen
argeloos verliezen we onze onschuld
zoel zonder het zonlicht te knakken
wil ook de wereld zich ontsluiten
bedaagd snoeien we nu tevergeefs de heggen
jij en ik ontdekten buiten alle perken
we ontkenden de helaasheid der dingen:
ooit wordt hier paal en perk gesteld
wetend het duurt een eeuwigheid
voor je hunkerend meerderjarig bent
honderd ben je echter in een
achteloze onoplettendheid
Gedicht nummer 8 zoals geplaatst op 13 January 2010 om 22:30
» Titaantjes
Lieverdjes waren we
Ongehoord aardig, de
wereld moest, weet je wel,
flink op de schop.
Niemand herinnert zich
arbeiderszelfbestuur,
Maagdenhuis, damslapers...
Ach, hou maar op.
Gedicht nummer 7 zoals geplaatst op 13 January 2010 om 16:59
» titanentranen
o vader kronos
getrouwd met uw eigen zuster
wat hebt gij gedaan
uw vader ontmand
zijn heerschappij ontnomen
arme grootvader ouranos
de tranen van gaia
konden u niet deren
gij onbeheerste brute man
op uw beurt wordt u, ja u
wordt nu verstoten, onttroond
door uw eigen zoon zeus
moge dit gevecht
deze titanenstrijd eindelijk
recht en orde brengen
Gedicht nummer 6 zoals geplaatst op 13 January 2010 om 13:07
» Berg
Zijn piek doemt boven wolkentoppen
het dondert water uit zijn wand
hij strekt zich uit in de vallei
hij is miljoenen jaren lang.
Hij weet
hoe grimmig
elementen schuren
hij kent het trillen van de lucht. de schok. van stoom en as.
verwoesting. hoe hij beefde. verdoofd. de angst. alleen op wacht.
hij herinnert zich
vergeten tijden. troosteloos.
hoe het gloeide. de berusting. toen die vreemde kracht.
hoe hij werd opgetild. hoe steen voor steen. de ontroering van herrijzen.
Aan zijn voeten stroomt het water
in een poel van diepe rust.
In zijn schaduw schuilen vogels
biddend voor hun eerste vlucht.
Een berg bedwingen is geloven.
durven
dromen
vallen
blijven
dromen
(ogen open)
vallen
zweven
blijven
zweven
en dan neerstrijken in het groen
dat ver beneden voor je gloorde.
Gedicht nummer 5 zoals geplaatst op 13 January 2010 om 11:37
» Pensioen
De weg loopt steil omhoog.
Het bergpad is bezaaid met obstakels.
Je omzeilt ze handig, zeg jezelf.
Het landschap is saai,
maar de beloning zal goed zijn,
na zo’n lange tijd hard werken.
Er is geen weg terug,
door tot de top of je verliest,
je gezondheid of zelfs je leven
Het eind is in zicht.
Het heeft nu lang genoeg geduurd.
De jaren beginnen te tellen.
Met kleerscheuren,
bereik je de top
Het uitzicht is waardeloos
Gedicht nummer 4 zoals geplaatst op 12 January 2010 om 20:16
» Ooit
Er is een kindeke geboren op aard….!
In 1956 ben ik op aarde gekomen,
ontstaan uit andermens dromen,
liefde, voorspoed en geluk
gaan never-nooit stuk!
Dit is de hoop van mijn leven
wat ik meeneem om door te geven!
In 2010 zeg ik: mens durf te hopen!!
Hans Wanders
Gedicht nummer 3 zoals geplaatst op 12 January 2010 om 12:45
» verkocht
eenmaal één verzadigd leven
andermaal andermans hongerdood
Gedicht nummer 2 zoals geplaatst op 8 January 2010 om 18:11
» Bahman
' These days we all play cool, calm and collected
Why, our lips could turn blue just shooting the breeze'
(John Hiatt)
Bahman
Ze wiegden je kist uit Zorgvlieds aula
over het bordes de lentetuin binnen
waar John Hiatt zong over de koude
ijskorst rond het hart, die maar niet smolt
hoe diep je ook stak in zijn blauwe ader
Maar ik zag het vuur toch vonken toen
je als een derwisj door mijn kamer
danste en hitte oversloeg op ons
die met rode wangen het ritme
stampten in de houten vloer
Gedicht nummer 1 zoals geplaatst op 7 January 2010 om 19:42
» GESPROKEN KUNSTWERK
Deze woorden zijn een kunstwerk
mits ze gesproken worden
Mocht u deze woorden alleen maar stil lezen
dan vormen zij geen kunstwerk
Ook deze woorden dienen uitgesproken te worden
om het kunstwerk een kunstwerk te laten zijn
















